| Muziektheater Bel Canto Dalfsen |
| Kerkplein 6, 7721 AC Dalfsen |
| telefoon: 0529-436933 |
| e-mail: Secretaris |
|
|
“Tsjechow” |
|
de musical |
|
|
|
|
|
De musical, in 12 scenes, is het loflied van Dimitri Frenkel Frank (tekst) en Robert Long (muziek) op de Russische schrijver Anton Tsjechow (1860-1904), die zij zozeer bewonderden |
|
|
KORTE INHOUD |
|
|
|
|
|
Scène 1. Moskou, 1888. De jonge schrijver-arts Anton Tsjechow heeft onverwacht een belangrijke literaire prijs gewonnen. De genodigden brengen een ode aan Moskou, aan de Russische cultuur en aan de prijswinnaar. Er zijn echter ook jaloerse mensen aanwezig. Tsjechow stelt zich voor aan het publiek. Zijn vriend en uitgever Soevorin en zijn zus Masja zijn ook aanwezig. Het zijn roerige tijden in Rusland. Midden onder het feestgedruis ontploft in de omgeving een bom. Het gezelschap vraagt zich in een opgewekt lied af welke revolutionaire beweging daar nu weer achter zit. De jonge revolutionair Maxim Gorki bezingt waar hij voor staat. Petja, een criticus, verwijten Tsjechow dat hij geen partij kiest. De jonge actrice Lika Mizinowa betuigt Tsjechow haar liefde. Maar hij wil zich aan niemand binden. |
|
| Scène 2. Enkele jaren later. Op het landgoed van Tsjechow bezingen zijn zus, een boerenechtpaar, een schooljuf en een paar officieren zijn goedheid jegens mensen. “Tsjechow is een heilige”. Nadat hij op de foto is gezet, gaat Tsjechow verder met schrijven, tot hij gestoord wordt door Lika. Hij laat haar een dode "meeuw" zien, die hem blijkbaar inspireert tot een verhaal. Lika werpt zich in zijn armen, maar hij doet haar handig over aan collega-schrijver Potapenko. | |
| Scène 3. Tsjechow is ontboden op het bureau van de Censuur. De censor legt hem uit waarom enkele passages in zijn laatste werk echt niet kunnen. De schrijver is het er niet mee eens, maar hij heeft het geld nodig. Bij het verlaten van het kantoor loopt hij Potapenko tegen het lijf, die Lika inmiddels gedumpt heeft. | |
| Scene 4. De première van het toneelstuk “De Meeuw” is geen succes geworden, al verschillen de acteurs van mening. Soevorin blijft hardnekkig in Tsjechow geloven. Deze loopt mismoedig naar de rivier, waar hij een groepje revolutionairen ontmoet, onder wie Gorki die schrijversambities blijkt te hebben. Tsjechow legt hem het geheim van zijn eigen schrijverschap uit: Compactheid. | |
| Scene 5. De maatschappelijk geslaagde Soevorin vertelt Tsjechow hoe de wereld volgens hem in elkaar zit. Er ontstaat een vrolijk toneel met obers en zigeunerinnen. Dan verschijnt een verloederde Lika, die Tsjechow vertelt dat “De Meeuw” toch een kassucces is geworden. Ze verwijt hem dat hij haar levensverhaal in dat stuk geëxploiteerd heeft, maar haarzelf kapot heeft laten gaan. Tsjechow spuugt voor de eerste keer bloed. | |
| PAUZE | |
| Scene 6. Opnieuw een jaar later. Tsjechow is op doktersvoorschrift in het kuuroord Yalta aan de Zwarte Zee. Ook Gorki is daar, verbannen uit Moskou, maar intussen wel geslaagd als schrijver. Ze vervelen zich samen en besluiten te ontkomen naar Moskou. | |
|
Scene
|
|
| Scene 8. Op een fabriekspoort in Moskou is een rode vlag gehesen. Als er geschoten wordt gaan de stakers op de loop. Gorki beleeft zijn revolutionaire droom als fascinerend, maar ook angstaanjagend als er werkelijk wordt geschoten. | |
| Scene 9. Kort daarop, in Yalta. De grote schrijver Tolstoi gaat tekeer tegen het instituut huwelijk. Tsjechow en Olga worden het eens. Zomer 1901 trouwen ze met elkaar. | |
| Scene 10. In de kleedkamer van het Moskouse theater. Tsjechow heeft Olga vanuit Yalta geschreven dat hij haar mist. Haar collegaatjes drijven er de spot mee. Olga zit klem tussen haar liefde en haar ambities. | |
| Scene 11. Op het landgoed van Tsjechow in Yalta. Gorki en Tsjechow voeren een heftige discussie. Tsjechow verwacht dat de wereld geleidelijk beter zal worden. Gorki heeft daar het geduld niet voor en preekt de revolutie. De politie voert Gorki af. Olga komt onverwacht, tot grote vreugde van Tsjechow. | |
|
Scene
Op 2 juli 1904 sterft Tsjechow. |
|
![]() |
|
| De negentiende eeuw was een bloeiperiode van Russische literatuur. Poesjkin, Gogol, Toergenjew, Dostojewski, Tolstoi en Tsjechow zijn de bekendste schrijvers. Tsjechow is onder hen de grootmeester van het korte verhaal. Zijn verhalen werden over de hele wereld vertaald en worden tot op vandaag nog veel gelezen. Geen wonder, want ze raken ons door een universele menselijkheid in een sfeer van melancholie en subtiele humor. Als je Moskou vervangt door Amsterdam, de koetsen door auto’s en de brieven door e-mails, beschrijven ze gebeurtenissen die ons vandaag kunnen overkomen. Ook de vijf bekende toneelstukken van Tsjechow worden nog overal opgevoerd. In zijn genre wordt Tsjechow door niemand benaderd, of het moet de Engelse schrijver William Somerset Maugham zijn, ook arts en eveneens al in zijn studententijd een geslaagd schrijver van toneelstukken en korte verhalen. |