| Muziektheater Bel Canto Vechtstreek |
| Kerkplein 6, 7721 AC Dalfsen |
| telefoon: 0529-436933 |
| e-mail: Secretaris |
|
|
REYNAERT |
|
Fabelopera in drie bedrijven |
|
|
muziek: Willem Woestenburg |
|
|
Het gegeven is ontleend aan het twaalfde-eeuwse dierenepos Van den vos Reynaerde |
|
|
Het stuk speelt in Vlaanderen, in de twaalfde eeuw, op pinksteren. |
|
|
KORTE INHOUD |
|
| Koning Nobel houdt hofdag. Ieder die iets te klagen heeft, kan tijdens de zittingsdagen voor zijn rechten opkomen, Alle dieren zijn aanwezig, behalve Reynaert de vos. Alle klachten hebben op hem betrekking. De wolf Ysengrijn, aartsvijand van de vos, beweert dat Reynaert de wolvin heeft verkracht en twee jonge wolfjes heeft blind gepist. Het hondje Courtoys (dat Frans spreekt) beschuldigt de vos van diefstal van een worst. Bokert, de bever, vertelt hoe Reynaert bijna de haas Cuwaert heeft vermoord. | |
| De das Grimbeert, een neef van Reynaert, komt echter op voor zijn oom. In een lang pleidooi bagatelliseert hij de aanklachten. Deugdelijke bewijzen ontbreken. | |
| Nu echter verschijnt de haan Cantecleer met zijn vrouw en vier kinderen; op een baar dragen zij de kip Coppe, een dochter van Cantecleer, die door de vos is onthoofd. | |
| De koning is diep verontwaardigd. Terwijl de dode kip wordt begraven, delibereert de vorst met zijn vier raadsheren. Zij komen tot de conclusie dat de vos gesommeerd moet worden voor het hof te verschijnen. Men acht Bruun de beer het meest geschikt om deze boodschap aan Reynaert te brengen. | |
| Als Bruun bij Malpertuis, de burcht van Reynaert, arriveert, krijgt hij te horen dat de vos ziek is. Hij heeft namelijk iets verkeerds gegeten: honing. Bruun deelt mee, dat honing juist zijn lievelingsgerecht is. De vos biedt de beer aan hem een plek te wijzen waar honing in overvloed te vinden is. Ze gaan samen op pad en komen aan op het erf van de timmerman Lamfriet. Daar ligt een over de lengte gespleten eikestam. Volgens Reynaert zit de honing in de spleet. De beer steekt gulzig zijn kop en beide voorpoten in de spleet; meteen trekt Reynaert de wig eruit, zodat de beer klem zit. Vervolgens roept Reynaert de timmerman erbij. Deze waarschuwt de dorpelingen. Gewapend met de vreemdste voorwerpen gaat het hele dorp vervolgens Bruun te lijf. In zijn nood weet de beer zich los te rukken en komt terecht in een groepje oude wijven, onder wie Julocke, de "vrouw" van de pastoor. De vrouwen vallen in de rivier. De pastoor belooft een jaar aflaat van zonden voor wie Julocke uit het water haalt. Ieder gaat nu aan het dreggen en daardoor ziet de beer kans te ontsnappen. | |
| Aan het hof is men aan het dansen. De vreugde wordt verstoord door de terugkomst van Bruun, deerlijk toegetakeld. De koning en zijn raadslieden besluiten om een tweede afgezant te sturen: Tybeert de kater. Deze is wel kleiner, maar ook slimmer dan de beer. Schoorvoetend gaat Tybeert op weg. | |
| TWEEDE BEDRIJF | |
| Het wordt avond, als de kater Malpertuis bereikt. De vos nodigt Tybeert te eten; honing staat op het menu. De kater deelt mee, dat hij geen honing lust. Hij heeft liever een vette muis. Reynaert vertelt hem dat hij een plek weet waar het ritselt van de muizen. Tybeert vergeet zijn opdracht en gaat met Reynaert mee. Ze komen, bij nacht, bij de kippenschuur van een pastoor. Reynaert heeft daar nog pas geleden een haan verschalkt; daarop heeft Martinet, het zoontje van de pastoor, een strik gezet. Reynaert weet dat. Hij laat de kater door een gat kruipen, waardoor hij met zijn kop in de strik terecht komt. Op het tumult komen Martinet, de pastoor en vrouw Julocke toegesneld. In het donker zien ze de kater voor de vos aan en takelen hem vreselijk toe. Martinet gooit de kater een oog uit. In zijn doodsnood doet de kater een rare sprong: hij springt de pastoor tussen zijn benen en brengt hem een ernstige verwonding toe. De pastoor valt flauw en wordt door vrouw en kind naar binnen gedragen. Tybeert knaagt dan het touw door en ontsnapt. | |
| De volgende ochtend zit het gezin Reynaert aan het ontbijt. Er komt bezoek: neef Grimbeert, de das. Volgens het toenmalig recht moest een verdachte driemaal gedaagd worden. Na de mislukking van Tybeert heeft Nobel besloten de das als derde afgevaardigde te sturen. Grimbeert geeft geschenken aan Reynaerts kinderen en zingt een liedje voor ze. De vos is vertederd en besluit met Grimbeert mee te gaan naar het hof. Hij neemt roerend afscheid van zijn kinderen en zijn vrouw Hermelijne, die zich zeer ongerust betoont. | |
| Grimbeert en Reynaert arriveren ten hove. De vos gedraagt zich trots. Alle dieren komen naar voren met hun beschuldigingen. Na een tumultueuze zitting trekt Nobel zich terug met zijn vier raadsheren. | |
| Op Malpertuis zit Hermelijne in angst. Zal de vos de dans ontspringen? Om zichzelf en de kinderen wat afleiding te bezorgen, vertelt zij twee verhaaltjes (over de vos en de wolf) voor het slapen gaan. | |
| Weer terug aan het hof. De rechtbank doet uitspraak: Reynaert wordt tot de galg veroordeeld. Na dit vonnis verlaten Grimbeert de das en andere vrienden van Reynaert ostentatief de vergadering. De anderen bezingen in een groot jubelkoor hun voldoening over de uitspraak. | |
| DERDE BEDRIJF | |
|
De vos wordt naar de galg geleid. In de verte zijn de
wolf, de beer en de
kater druk doende het galghout op te richten.
Reynaert krijgt gelegenheid voor een laatste woord. Hij biecht zijn zonden en vertelt over de streken die de
wolf hem heeft geleverd. Maar ook al werd
Reynaert steeds door de wolf
benadeeld, hij hoefde zich geen zorgen te maken, want hij bezat een enorme schat.
Nobel raakt geïnteresseerd. Hoe kwam de vos aan dat fortuin?
Reynaert maakt de koning wijs, dat er een samenzwering tegen
Nobel was opgezet. Om het verhaal geloofwaardig te maken, beschuldigt hij zijn eigen vader (die dood is) en zijn neef
Grimbeert (die het hof heeft verlaten); de drie andere samenzweerders waren de
wolf, de kater
en de beer (alle drie in de verte in de weer met de galg).
Reynaerts vader had de schat van koning Ermeric gevonden. Met dit geld zou men de soldij voor een leger bekostigen.
Bruun de beer zou de nieuwe koning der dieren worden.
Reynaert was achter het plan gekomen en had vervolgens de schat geroofd en verstopt in
Kriekeputte. De haas Cuwaert wordt erbij gehaald. Deze bevestigt dat Kriekeputte wel degelijk bestaat.
Reynaert draagt de schat (symbolisch) over aan de koning en wordt vervolgens vrijgesproken. Hij zal een pelgrimstocht gaan maken en krijgt de hofkapelaan
Belijn (de ram) en de haas Cuwaert
mee als begeleiders. |
|
| De raaf Tiecelijn waarschuwt het drietal bij de galg. Bruun en Ysengrijn spoeden zich naar het hof, maar de kater blijft achter, miauwend van angst boven op de galg. Als Bruun en Ysengrijn arriveren, worden er stukken uit hun huid gesneden. Daarvan worden overschoenen en een tas voor de boetvaardige pelgrim gemaakt. De vos vertrekt met de ram en de haas. Te Malpertuis nodigt Reynaert de haas bij zich binnen. Later komt de vos naar buiten en vertelt aan Belijn, dat de haas blijft logeren. Hij geeft de ram een brief mee voor de koning; hij mag Nobel vertellen dat hij aan de totstandkoming van de brief heeft meegewerkt. Belijn vertrekt met de tas (waarin de brief) naar het hof. Reynaert neemt ijlings de vlucht met vrouw en kinderen. | |
| Aan het hof overhandigt Belijn de tas met de brief en zegt dat hij aan de brief heeft meegeholpen. Uit de tas komt de kop van Cuwaert. Het machteloze hof weet niets anders te verzinnen dan Belijn en al zijn familieleden en nakomelingen voortaan vogelvrij voor de roofdieren te verklaren. | |
| In een grote slotfuga voor alle medewerkers wordt een cynische moraal gegeven |