Recensies

Bel Canto

Start

Voortreffelijke operette van Bel Canto

11 MAART 2002 - MUZIEK Zwolle, De Nieuwe Buitensociëteit. Operettevereniging Bel Canto (Dalfsen/Zwolle) met ‘The pirates of Penzance‘ van Gilbert and Sullivan (1879), m.m.v. salonorkest SPOOM; Berta Carels (regie), Tijmen Doornweerd (decor), algehele leiding: Joan Jonkman. Vrijdag 8 maart.

Voor het 50-jarig jubileum heeft Bel Canto kosten noch moeite gespaard een extra aantrekkelijke productie op de planken te brengen. En dat is gelukt. Het werd ‘The pirates of Penzance‘, een niet alledaagse keuze, en zeker niet de gemakkelijkste operette denkbaar.


Het libretto van ‘de piraten‘, het verhaaltje dus, is te onbenullig om veel woorden aan vuil te maken. Maar dat geeft niet, want het draait bij operette om het spektakel, om de flitsende actie, en die was er bij Bel Canto wel degelijk. Zo zal altijd in mijn geheugen gegrift blijven de manier waarop Karl Alberts de piratenkapitein uitbeeldde, ietwat nichterig (ik weet niet of het zijn normale manier van doen is, of een ingestudeerde pose, maar in beide gevallen: uit de kunst, en mijn hartelijke complimenten).

Verder ook mijn gelukwensen aan Corrie Borger, Ria Couwenberg en Agaath Stolte, die op onnavolgbare wijze de dochters van de generaal gestalte gaven. De generaal zelf (Theo Borger) verdient een extra pluim voor zijn opschepperige aria, tegen het einde van het eerste bedrijf. Een aria die lastig te zingen is, met de razendsnelle opeenvolging van vocalen, maar hij sloeg zich er manmoedig doorheen. Ik denk dat hij zich rot geoefend heeft, maar het resultaat mocht er zijn. Perfect uitgevoerd. Hij deed me in het uniform en met dat idiote ringbaardje sterk aan Abraham Lincoln denken. Maar dit terzijde.

Fantastisch was ook Mabel (Marlies van Zijl) in haar rol van de enige kandidate die wel iets ziet in een huwelijk met Frederic (John Vermeulen), want na alle beslommeringen die horen bij een operette kwam alles toch nog op zijn pootjes terecht.
Een glansrol voor was weggelegd voor diezelfde Frederic, die met het oog op meer vrouwelijk schoon zijn liefje Ruth (Leida Meijer) de kombuismeid de wacht aanzegt. Ondertussen zingt hij meer dan voortreffelijk, en zet een verdienstelijke piraat (maar ook weer niet) neer. In ieder geval mogen zijn aria‘s er zijn.
 

Prachtig was het opmarcherende politiepeloton met zijn net iets te kleine bobbyhelmen. De spreekkoren waren fraai getimed, de brigadier (Henk de Leeuw), met een indrukwekkend aangeplakte snor, zat voortreffelijk in zijn rol en zijn jeugdige assistente (Sharoné van Zijl) heeft helemaal mijn hart gestolen met haar vrolijke presentatie. De eerste politieambtenaar die ik spontaan een spagaat zag maken. Ik zou wensen dat er meer jongeren zoals zij zich aansloten bij operetteverenigingen, om de vergrijzing tegen te gaan. Het is namelijk erg leuk om lid te zijn van een operette-vereniging.
 

Bel Canto heeft een uitstekende operette-avond op de planken gezet, met voor elk wat wils, kosten noch moeite gespaard, een vijftigjarig jubileum waardig. Rest mij om mijn waardering uit te spreken voor de decors en de kostumering.  Beide waren voortreffelijk verzorgd.
 

Jos van der Wulp

 

Oprechte

 

WOENSDAG 6 MAART 2002             108e JAARGANG NO. 27

 

Dalfser Courant

 

Gratis nieuwsblad voor de gemeente Dalfsen

 

Stijlvolle viering halve eeuw muziektheater

Staande ovatie voor Bel Canto

 

 

DALFSEN ‑ Met de uitvoering van 'The Pirates of Penzance' van de 19e eeuwse Engelse operetteschrijvers Gilbert & Sullivan vierde het Dalfser muziektheater Bel Canto vrijdag en zaterdag het liefst vijftigjarig bestaan.

Het in ruime mate aanwezige publiek in de Trefkoele werd vergast op een kleurrijk en royaal gekostumeerd zangspel, dat regelmatig beloond werd met tussentijds applaus. Het staand gebrachte slotapplaus bracht de medewerkers van het omvangrijke gezelschap artiesten de beloning waar zij op wachtten en die alleszins verdiend was.

 

Toch had het stuk eigenlijk niet zoveel te bieden. Het wat simpele en goed beschouwd nauwelijks geloofwaardige verhaaltje over piraten, generaalsdochters en politie gaf weinig meer dan mogelijkheden om solo en duetzang af te wisselen met groot kooractiviteiten; die waren er echter te weinig om de kwaliteit van het gezelschap eer aan te doen. Want de kracht van Bel Canto is de samenzang en die kwam helaas te weinig aan de orde in deze voor de jubileumuitvoering misschien wat minder geschikte operette.

 

Een pluim daarom voor de hele groep, die met veel inzet en overtuiging z'n trouwe publiek een hele avond theaterplezier bood. (elders in deze krant meer over Bel Canto)

 

          

Prachtige aria als toegift

 

(vervolg van voorpagina)

Voorzitter Trieneke van Gijssel was er trots op, dat gulle gaven het mogelijk hadden gemaakt om gratis programmaboekjes (en hele mooie!) te kunnen uitdelen en dat de solisten met individuele microfoontjes konden optreden. Dat laatste was zeker een technische kwaliteitsverbetering, maar het maakte soms wat kleine oneffenheidjes of tekortkominkjes waarneembaar.

Gelukkig staat de regie van Berta Carels altijd borg voor verzorgd stil spel en logische choreografie. Daardoor trok de kleurige beweging op het voor sommige scenes wat krap bemeten toneel de aandacht van de toeschouwers snel weer naar de volgende actie.

 

Toch duurde het tot na de pauze voordat het eerste echte lachsalvo door de zaal golfde; een echte dijenkletser was 'The Pirates of Penzance' bepaald niet. Theo Borger zette een geloofwaardige generaal Stanley neer, waar John Vermeulen wat voorzichtiger acteerde als leerling‑piraat Frederic. Voor Karl Alberts was er weinig gelegenheid zijn komisch talent uit te buiten en Marlies van Zijl zette gedegen de generaalsdochter Mabel neer.

Leida Meijer haalde uit haar rol wat mogelijk was en opvallend waren ook de ontwapenende en talentvolle bijdragen van de jonge Sharoné en Kim van Zijl: met hen heeft Bel Canto jeugd en toekomst!

 

Joan Jonkman gaf weer gedreven leiding aan het vergrote orkest  'Spoom' en tekende voor de algehele muzikale leiding. Zij begreep de kracht van de prachtige á capella gezongen kooraria die tijdens de voorstelling al een enthousiast onthaal kreeg. De aria keerde terug als toegift na de voorstelling en maakte de zangcapaciteit van Bel Canto voor iedereen hoorbaar. Een slim gekozen finale voor een jubileumvoorstelling waar publiek en leden van muziektheater Bel Canto zelf nog lang goede herinneringen aan zullen bewaren.

 

                                                       

Belcanto Dalfsen nog springlevend

DALFSEN - 4 maart 2002 - Bel Canto uit Dalfsen schitterde op haar eigen jubileum. Na vijftig jaar blijkt de operettevereniging nog springlevend en wordt het nog door het Dalfser publiek op handen gedragen. In uitverkochte zalen ontspon zich vrijdag en zaterdag in De Tref­koele een boeiend zang‑ en muziekspel.

 

De operettevereniging had voor haar jubileum het negentiende eeuwse werk `The Pirates of Penzance' (1880) van het Engelse componistenduo William Schwenck Gilbert en Arthur Sullivan ingestudeerd. Puur vermaak, dat ook wel een light‑opera is genoemd. Het gaat bij `The Pirates of Penzance' om de muziek en het kijkspel. Geen romantiek, geen dramatiek, maar wel volle tonelen en schitterende acts. Het werk staat bekend om de simpele teksten.

 

Het geluid was in De Trefkoele uitstekend verzorgd. Beter kon niet. Een voorbeeld voor velen, vooral dankzij de door een plaatselijke bank geschonken microfoontjes. Een optreden om door een ringetje te halen. De grime was uitstekend verzorgd en op het grote podium was vrijwel alles uitstekend voor elkaar. De dirigente vormde voor sommigen soms een obstakel in haar hoge positie voor liet orkest. De vertaling van 'The Pirates of Penzance' is van de hand van de Amsterdammer Joop Fransen. De eeuwig met elkaar ruziënde componisten Gilbert en Sullivan zijn ook na hun dood in Engeland razend populair gebleven en onlosmakelijk met elkaar verbonden. In Nederland kregen ze minder voet aan de grond. Daarom verdient het een extra compliment dat Bel Canto deze light‑opera aandurfde.

 

Muzikaal begon het direct al in de vrolijke en luchtige ouverture naar het toneelspel. Het uit ruim twintig personen bestaande orkest onder leiding van dirigente Joan jonkman had flink gestudeerd. Met name de trompetsolo van de zus van de dirigente, Alienke Jonkman, schitterde. Een kristalheldere bijdrage. De strijkers waren in het begin wat timide. Maar gaandeweg de uitvoering werd het allemaal vrijer en uitbundiger. Er werd geconcentreerd gespeeld.

 

De beste zang leverde de sopraan Marlies van Zijl als Mabel, de dochter van generaal‑majoor Stanley. Haar tegenspeler, John Vermeulen als leerling‑piraat Frederic, verdient eveneens een dik compliment, hoewel zijn spel in het begin wat houterig was. Piratenkapitein Karl Alberts en Henk de Leeuw in de dubbelrol van eerste piraat Samuel en brigadier van politie, speelden rollen die hen op het lijf waren geschreven. Zij beschikken over bijzonder veel routine. De kooruitvoeringen waren over het geheel genomen goed, maar vormden niet steeds de sterkste kant van Bel Canto. Met name in het samenspel wilde het nog wel eens missen.

Het publiek waardeerde echter de diverse acts en aria's met spontaan applaus tussen de bedrijven door. Evenals dat al eens elders was geconstateerd zorgde Bel Canto voor tijdoneigen elementen in het spel, zoals zonnecrème, zonnebril, Echt iets voor de liefhebbers.